Ergens diep verscholen in de krochten van het internet

Ergens diep verscholen in de krochten van het internet, bliept zachtjes met een frequentie van xe9xe9n maal per twee jaar een zwarte ster;zendt zijn signaal uit naar een onbekende ontvanger , ver in de tijd en in afstand…

27 August 2008
By on 09:59
geselecteerd als gefixeerd bericht

WELKOM OP DE PAGINA VAN SIMON
Dit ben ik dus…

geniet er maar van…

14 November 2006
By on 22:07
FOTOS VACACIONES PLAYA
10 August 2004
By on 10:32
DE BLUESFLUITER (BOEK)

DE BLUESFLUITER
====================

HOOFDSTUK I

Het was een van die dagen waarvan je wist dat er iets
gaat gebeuren. ‘s Ochtends bij het wakker worden hangt
het al in de lucht, alsof er na een lange winter de
eerste echte lentedag gaat beginnen. Er waren dagen,
jaren geweest die hij had doorgebracht als onder een
oude muffe deken. Dagen die hij zoekgebracht had in
wachtkamers, bars, fabrieken. Een stroom van banalixadteiten verdurend, hopend op een totale wending van zijn
leven.
Maar deze dag was hij begonnen met[vanuit] een helderxadheid, of hij zojuist was wakker geworden in een hotelxadkamer in een ver, mediteraanxacmediterraan land. Als hij de balkonxaddeuren open zou doen zou hij uitkijken op een berglandxadschap met een meer, zoals je dat op ansichtkaartenxac
ziet. Een briesje waait tegen je body en je hersens
zijn fris en diep zoals het water van dat[het] meer.
Hij had het adres gevonden door stom toeval, zoals een
kogel die in de lucht geschoten wordt toch ergens
terecht moet komen. Het huis leek op een vrouw van
middelbare leeftijd, de notie van een roerig
liefdeleven in de blik besloten. Achter het raam hing
een vergeeld bordje (aan de typografie te zien uit de
jaren zestig waarop stond:
FIRMA A. MUS & ZN
Bestrijding Van Alle Ongedierte, Tapijtreiniging, Ontxadstoppingen.
Dat beloofde wat. Dit huis was in ieder geval van alle
smetten vrij, al eet een visser niet alle dagen vis en
is een dokter ook wel eens ziek.
Hij drukte op de bel. Na geruime tijd werd de deur
moeizaam opengedaan door een oude vrouw, die gekleed
was in een soort pyjama met daaroverheen een mottige
[aftandse] bontjas.
“Goedemorgen”, zei hij,”Ik kom kijken voor de kamer. Is
hij nog vrij?”
Ze nam hem ongegeneerd op, zoal oude mensen en kinderen
dat doen. Maar blijkxacbaar was hij gewogen en goed
bevonden want ze nodigde hem naar binnen.
Hij rook voor het eerst de geur van het huis. Een
mengeling van kookxaclucht, warmte, oud behang, drogende
was en mensen, en nog wat onbestemde geuren, zoals een
goed parfum ook altijd voor een gedeelte uit menxacmenselijke
of dierxacdierlijke exxacexcrementen bestaat.
De vrouw slofte op haar viezige pantoffels voor hem uit
naar haar keukentje en vroeg of hij koffie wilde. “Ja,
graag”, antwoordde hij, en hij nam plaats op een keuxadkenstoel aan een wrak tafeltje. “Wil meneer melk, wil
meneer suiker erin?” Ze babbelde: “Ik neem altijd veel
suiker, ik ben een echte zoetekauw, van vroeger al,
mijn moeder zei alxactijd: wie heeft er weer met zijn
vinger in de stroopxacpot gezeten, dat zal Wilma wel weer
geweest zijn.” “Ik ben altijd goed voor mijn huurders,
weten ze allemaal. Ik sta altijd voor ze klaar, vraag
maar aan iedereen.”
Maar hij had de indruk dat er toch een soort berekening
in haar vriendelijkheid was, zoals de voorkomendheid
van vertegenwoordigerxac
“Zo oud en nog bezig om zichzelf te definieerde-”, dacht
hij en hij nam een slokje uit het porseleinen kopje
waarin een bruine barst zat.
“Ja, het is een prachtige kamer, hoor”, kwam zij al
gauw tot zaken. xac”M’n man zaliger had er vroeger z’n
kantoor in. Het tapijt wat er ligt heeft wel
vijfhonderd gulden gekost”
“De vorige heeft er een grote vlek op gemaakt, die heb
ik nog met zeepsop weg zitten schuren. Het vieze wijf,
bah!”, mompelde ze er vol walging achteraan.
Ze had blijkbaar niet met al haar vorige huurders een
hartelijke relatie onderhouden. Hij had al gauw in de
gaten dat wanneer iemand niet geheel in haar schoonxadgebezemde straatje paste, deze meteen de slechtste
persoon op aarde was. Hij voelde zich niet op zijn
gemak, en nam het onbewust gelijk op voor de vorige
bewoner van zijn kamer, omdat hij ook niet iemand van
strenge conventies was.
“Zal ik nu de kamer laten zien?” en ze diepte uit haar
jas een sleutel op en stak hem bibberig in het slot.
Achter hen sloop een oude, Indisch uitziende man met
een boek onder zijn arm de trap op.
Toen Stefan voor een moment zijn blik opving, werd hij
direct getroffen. In het zachtmoedige gezicht stonden
een paar alerte ogen, die met een bijna magische
intensiteit dwars door zijn psyche sneden.

1 April 2004
By on 13:34